Sinds 1 januari 2011 is in art. 5a AWR een basispartnerbegrip opgenomen. Als partner wordt aangemerkt de echtgenoot en de ongehuwde meerderjarige persoon waarmee de belastingplichtige een notarieel samenlevingscontract is aangegaan en met wie hij staat ingeschreven op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende administratie buiten Nederland. De afzonderlijke heffingswetten kunnen vervolgens met betrekking tot het partnerbegrip nadere voorwaarden opnemen. Voor de Successiewet is dat al gebeurd per 1 januari 2010 (art. 1a Succ.w.). Voor de inkomstenbelasting is dat gebeurd per 1 januari 2011 en is dit gewijzigd per 1 januari 2012 (art. 1.2 Wet IB 2001). In deze bijdrage gaat de auteur in op de veranderingen per 1 januari 2012 en tracht hij te doorgronden wat de effecten zijn als in een jaar meerdere personen kwalificeren als fiscaal partner, zowel voor de inkomstenbelasting als de Successiewet.
Geplaatst op 25 april 2012
Drs. P.J.M. Meertens