Per 1 januari 2013 is een vermogensinkomensbijtelling ingevoerd in de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Als een oudere AWBZ-zorg geniet, is sindsdien niet alleen diens verzamelinkomen in de inkomstenbelasting, maar ook diens vermogen relevant bij het bepalen van de door die oudere te betalen eigen bijdrage in de verblijfs- en verzorgingskosten. Daarmee is bij menigeen de vraag opgekomen of deze gebeurtenis gevolgen heeft dan wel zou moeten hebben voor de testamentenpraktijk. Meer specifiek de vraag of opeisbaarheid van de erfdelen gewenst of nodig is, zodra er sprake is van een (dreiging van een) door de vermogensinkomensbijtelling veroorzaakte vermogensintering. In deze bijdrage gaat de auteur in op enkele ter zake relevante aspecten.
Geplaatst op 7 november 2013
Mr. F.M.H. Hoens