In de aanhef van zijn artikel in FTV 2014/49 stelde de auteur dat hij de voornaamste aspecten van het op 14 juli 2014 gepubliceerde wetsvoorstel 33 987 zou behandelen zonder aanspraak te maken op een uitputtende behandeling ervan. Dat hij thans opnieuw ingaat op de bezwaren tegen de nieuwe beperkte huwelijksgemeenschap, heeft als reden dat men zich steeds meer realiseert wat de impact van invoering van het wetsvoorstel zal zijn. De nieuwe beperkte gemeenschap zal volgens de auteur steeds voor nieuwe problemen zorgen, doordat niet alleen het recht maar ook de maatschappij hierdoor steeds complexer wordt. Zo zullen bij invoering van het wetsvoorstel ook de ondernemingsrechtpraktijk en de onroerendgoedpraktijk diepgaand worden beïnvloed. Tal van gebruikelijke transacties in de praktijk – of het nu (ver)koop van woningen, van aandelenpakketten of verdelingen betreft – zullen veel gecompliceerde worden en daardoor veel meer tijd vragen. Daarnaast zal het maken van uitsluitingsclausules in uiterste wilsbeschikkingen en bij giften onverminderd noodzakelijk blijven. Ten slotte zullen zowel om fiscale redenen als om redenen van het voorkomen van de complexe gevolgen van de beperkte huwelijksgemeenschap veel meer huwelijkse voorwaarden worden gemaakt dan nu het geval is. De kosten van dit alles komen uiteraard steeds bij de betrokken burgers terecht. Naar de mening van de auteur moet de wetgever dit niet willen, zeker niet voor burgers die slechts beschikken over een zeer bescheiden vermogen.
Geplaatst op 26 januari 2015
Prof. mr. W.G. Huijgen