Van schenkbelasting is vrijgesteld, hetgeen wordt verkregen door iemand, die niet in staat is zijn schulden te betalen, indien en voor zover het verkregene strekt om de begiftigde daartoe in staat te stellen (art. 33 sub 8° SW). In 2013 en 2014 hebben de gerechtshoven te Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9886) en Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2014:2773) uitspraak gedaan inzake een beroep op deze vrijstelling. In dit artikel bespreekt de auteur beide uitspraken en komt hij tot de slotsom dat de vrijstelling van art. 33 sub 8° SW een negatief vermogen van de begiftigde vereist en een schenking die de begiftigde in staat stelt dringende financiële verplichtingen aan derden te voldoen. Kunstgrepen om een kwijtschelding te vermommen als een schenking die de begiftigde helpt zijn schulden te voldoen, helpen hierbij niet.
Geplaatst op 24 februari 2015
Mr. A.J. Janssen