De gemoederen rondom art. 10 SW zijn de afgelopen tijd wat tot bedaren gekomen. Na de ingrijpende wijziging van de bepaling in 2009 hebben de gevolgen daarvan voor bestaande gevallen uiteindelijk geresulteerd in overgangsrecht bij beleidsbesluit. Het is nu aan de rechter om de rechtsvragen waartoe de vernieuwde bepaling aanleiding geeft van een antwoord te voorzien. Ten aanzien van twee punten heeft de Hoge Raad dat gedaan in zijn arrest van 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2921. In dit artikel schetst de auteur eerst het wettelijk kader waarbinnen de rechtsvragen zich afspelen. Vervolgens komt het arrest zelf aan de orde. Daarna evalueert de auteur drie aspecten die daarin naar voren komen:
- de toepassing van art. 10 SW op de overdracht van een woning onder voorbehoud van een huurrecht;
- de niet-aftrekbaarheid van de kwijtgescholden koopsom; en
- de toepassing van art. 10 SW op de schuldig gebleven huurtermijnen.