Op 29 april 2015 heeft Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan over de waarde van een tot de nalatenschap behorend aandeel in een personenvennootschap (ECLI:NL:GHARL:2015:3194). Het hof besliste dat het maatschapsaandeel van een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenote van erflater gewaardeerd dient te worden naar de liquidatiewaarde. De aanwezigheid van een overnemingsbeding in de maatschapsakte maakte dit oordeel volgens het hof niet anders. Om de gevolgen van deze uitspraak voor de (agrarische) praktijk te onderkennen worden in dit artikel, na een korte schets van de berechte casus, eerst de daartoe relevante rechtsoverwegingen van het hof geciteerd. Daarna analyseert de auteur de uitspraak zowel civielrechtelijk als fiscaal.
Geplaatst op 10 september 2015
Mr. dr. J.W.A. Rheinfeld