Recent is civielrechtelijke jurisprudentie gewezen over de vraag of een schenking door een in gemeenschap van goederen gehuwde schenker moet worden toegerekend aan beide echtgenoten (ECLI:GHARL:2014:8057, ECLI:NL:RBMNE:2015:5764 en ECLI:NL:RBDHA:2015:11889). In de desbetreffende zaken ging het om de vraag of de giften die de eerststervende ouder had gedaan, moeten worden meegenomen in de inbrengregeling van art. 4:229 BW en de berekening van de legitieme portie in de nalatenschap van de langstlevende ouder. Het antwoord op deze vraag is echter niet alleen civielrechtelijk interessant, maar ook fiscaalrechtelijk. Mag Nederland bijvoorbeeld schenkbelasting heffen als de in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten in het buitenland wonen en de schenker niet de Nederlandse nationaliteit heeft? In dit artikel bespreekt de auteur eerste de civielrechtelijke aspecten en vervolgens de fiscaalrechtelijke.
Geplaatst op 25 januari 2016
Mr. T.C. Hoogwout