In dit artikel geeft de auteur op praktische wijze de fiscale gevolgen weer van onzakelijke handelingen tussen de directeur-grootaandeelhouder (DGA), zijn BV en zijn familie. De DGA beschouwt de bezittingen van de vennootschap waarin hij zelf alle aandelen houdt namelijk vaak als privévermogen. Dat blijkt uit opnames van de zakelijke rekening indien hij krap bij kas zit, of uit het in privé gebruiken van goederen die eigendom zijn van de vennootschap. De BV is echter een door regelgeving vormgegeven juridische entiteit, waardoor niet over de bezittingen en schulden van de vennootschap in privé kan worden beschikt. De DGA en zijn BV moeten met elkaar omgaan zoals zij ook zouden omgaan met een onafhankelijke derde.
Geplaatst op 8 februari 2016
Mr. M.M.J. Schuurman-van Nifterik