Fiscaal transparante Trust (FTV 2016/16)

Geplaatst op 23 mei 2016
Mr. T.C. Hoogwout

Met ingang van 1 januari 2010 is door de Nederlandse belastingwetgever het regime voor afgezonderd particulier vermogen (APV) ingevoerd. Vóór die datum waren de fiscale consequenties van een irrevocable discretionary trust onduidelijk voor de toepassing van de inkomstenbelasting en de voormalige vermogensbelasting. Voor de Successiewet bestond wel duidelijkheid na de november 1998-arresten over de inbreng van het vermogen in een irrevocable discretionary trust. Een dergelijke inbreng werd aangemerkt als schenking aan een doelvermogen (BNB 1999/35-37). Recent is jurisprudentie gewezen door de Rechtbank Den Haag, waarbij een irrevocable discretionary trust voor de inkomstenbelasting is aangemerkt als fiscaal transparant (ECLI:NL:RBDHA:2016:238 en ECLI:NL:RBDHA:2016:239). In dit artikel bespreekt de auteur de uitspraken van Rechtbank Den Haag met betrekking tot twee geschilpunten: het nieuwe feit en de toerekening van het vermogen van de trust.