De gronden waarop een uiterste wilsbeschikking in het algemeen kan worden aangevochten zijn beperkt. Zo is een uiterste wilsbeschikking volgens art. 4:43 lid 1 BW niet vatbaar voor vernietiging op de grond dat zij door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Dit komt de rechtszekerheid ten goede. Desondanks kent het erfrecht in art. 4:57 tot en met 59 en 61 BW enkele artikelen waarin misbruik van omstandigheden zou kunnen spelen. Op grond van deze bepalingen mogen enkele specifieke groepen van personen geen voordeel genieten uit iemands uiterste wilsbeschikking. Eén van de groepen van personen die geen voordeel mogen genieten uit een uiterste wilsbeschikking zijn de geestelijk verzorgers als bedoeld in art. 4:59 lid 1 BW. In dit artikel ligt het accent op deze geestelijk verzorgers, zoals priesters. Op de andere groepen van personen die genoemd worden in art. 4:57 tot en met 59 en 61 BW wordt nauwelijks ingegaan.
Geplaatst op 23 augustus 2016
Mr. H.J. de Jonge