De aanleiding voor dit artikel is de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2015, waarin werd geoordeeld dat een als last geformuleerde ik-opa-making als een legaat moet worden uitgelegd en dat daarop art. 10 lid 9 SW van toepassing is (ECLI:NL:RBZWB:2015:5579). Eerder heeft de Rechtbank Den Haag echter overwogen dat de als lastbevoordeling verwoorde ik-opa-bepaling onder art. 10 lid 1 SW valt (ECLI:NL:RBDHA:2014:8012). Deze uitspraak is bekritiseerd door Schols in FBN 2014/53. Hij is, conform de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, van mening dat de als last geformuleerde ik-opa-making altijd onder art. 10 lid 9 SW valt. In dit artikel gaan de auteurs nader in op dit vraagstuk. Daartoe schetsen zij eerst kort het wettelijk kader en analyseren zij de verschillende rechtsfiguren en hun uitwerking. Daarna komen zij tot de beantwoording van de centrale vraag of het inderdaad zo is dat iedere als last geformuleerde ik-opa-bepaling onder art. 10 lid 9 SW valt en niet onder art. 10 lid 1 SW.
Geplaatst op 14 november 2016
Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken en mr. J.B. Vegter