Echtscheiding en erfrechtelijke voorzieningen (FTV 2017/3)

Geplaatst op 22 maart 2017
Prof. mr. dr. A.H.H. Stollenwerck

In dit artikel bespreekt de auteur de voorzieningen die iemand bij uiterste wil kan treffen als hij van zijn echtgenoot wil scheiden. De ervaring leert namelijk dat veel echtgenoten zich niet realiseren dat zij erfgenamen van elkaar zijn zolang het huwelijk niet is ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Het lijkt wel of zij denken: wij zijn feitelijk uit elkaar en een echtscheidingsprocedure is begonnen, dan erven we ook niet meer van elkaar. Die misvatting wordt de laatste jaren ook nog gevoed door het feit dat de huwelijksgemeenschap sinds 1 januari 2012 wel wordt ontbonden door het indienen van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank (art. 1:99 lid 1 onder b BW). Het komt voor dat iemand tijdens de echtscheidingsprocedure overlijdt en zijn echtgenoot met wie hij in een (vecht)scheiding was verwikkeld als erfgenaam nalaat. Het behoeft weinig voorstellingsvermogen om zich te realiseren dat dit doorgaans niet de bedoeling zal zijn geweest.