IB-latentie naar evenredigheid toerekenen bij bedrijfsopvolgingsregeling (FBN 2017/23)

Geplaatst op 12 juli 2017
Mr. A.C.M. de Vries

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 maart 2016 geoordeeld dat bij toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet de latente inkomstenbelasting evenredig moet worden toegerekend aan het voorwaardelijk vrijgestelde en het niet vrijgestelde deel van de verkrijging (ECLI:NL:RBZWB:2016:1675). Op 14 april 2017 is dit oordeel door de Hoge Raad bevestigd (ECLI:NL:HR:2017:674). In dit artikel bespreekt de auteur het arrest.

In de toepassingen Testamentvergelijking, Aangifte Erfbelasting en Bedrijfsopvolgingsregeling wordt de IB-latentie over het niet vrijgestelde ondernemingsvermogen al jaren conform deze methodiek berekend!