De auteur behandelt het goedkeuringsbesluit van 30 januari 2018, nr. 2018-1511. In dit besluit heeft de staatssecretaris van Financiën de ongewenste gevolgen van de eigenwoningregeling voor partners met een eigenwoningverleden willen rechttrekken. Volgens de auteur is dit slechts beperkt gelukt. Ten eerste bekritiseert de auteur de strikte voorwaarde voor toepassing van de goedkeuring dat de partners 50%-50% eigenaar van de nieuwe woning dienen te zijn. Daarnaast vereist het goedkeuringsbesluit dat de eigenwoningreserve en -rente in de verhouding 50%-50% moet worden opgenomen in de aangiftes van de partners. Dit terwijl de fiscale partnerregeling normaal gesproken in de aangiftes vrij kunnen toedelen (art. 2.17 Wet IB 2001). Naar verluidt wordt het goedkeuringsbesluit hierop aangepast. Ten derde bespreekt de auteur de ongewenste gevolgen van de onmogelijkheid om de verhouding in toekomstige jaren te herzien.
Geplaatst op 8 mei 2018
Drs. J.E. van den Berg