Delicten als moord, doodslag en mishandeling leiden niet alleen in het strafrecht tot consequenties. Ook in het privaatrecht klinken de gevolgen door. In het erfrecht betreden we dan het leerstuk van de onwaardigheid (art. 4:3 BW). Bij bepaalde ernstige en veelal strafrechtelijke misdragingen jegens de erflater blokkeert de wetgever de weg om voordeel te trekken uit de nalatenschap. Sinds de invoering van het nieuwe erfrecht in 2003 kan de erflater deze blokkade opheffen door het schenken van ondubbelzinnige vergiffenis aan de onwaardige. Een aspect dat in de praktijk van alledag niet zeer frequent voorkomt. Niettemin heeft de rechter zich in de afgelopen jaren meerdere malen moeten buigen over de vraag of sprake is van ondubbelzinnige vergeving. Welk beeld levert deze jurisprudentie op? In dit artikel maakt de auteur de balans op.
Geplaatst op 16 mei 2018
Mr. M. de Vries