De toepassing van een noviteit (art. 1:96 lid 3 BW) in het huwelijksvermogensrecht (FTV 2018/46)

Geplaatst op 31 december 2018
Mr. dr. R.E. Brinkman

Het nieuwe art. 1:96 lid 3 BW, zoals dat vanaf 1 januari 2018 geldt, roept meerdere vragen op. In dit artikel behandelt de auteur er drie. Eerst wordt ingegaan op de vrijwillige voldoening van een privéschuld vanuit de gemeenschap. In beginsel ontstaat er een vergoedingsrecht van de gemeenschap op de echtgenoot-schuldenaar. De andere echtgenoot wordt hier niet wijzer van. De auteur geeft hiervoor drie oplossingen. Vervolgens komt aan de orde hoe verhaal plaatsvindt door privé- en gemeenschapsschuldeisers na ontbinding van de gemeenschap. Aan de hand van een voorbeeld wordt de positie van de privéschuldeiser behandeld. Tot slot wordt bezien hoe de uitdeling aan privé- en gemeenschapsschuldeisers in een faillissement zou moeten plaatsvinden. Volgens de auteur zijn er drie mogelijkheden, met verschillende uitkomsten.