Van rechtstekort naar DNA-bewijs: gelijke behandeling van het biologische kind in de Successiewet. Hoe dan, zonder likranden? (Vp-Bulletin 2025/33)

Geplaatst op 14 november 2025
Mr. L.A.G.M. van der Geld

Een biologisch kind dat erft van zijn biologische vader, zonder familierechtelijke betrekking maar mét family life, wordt zwaarder belast dan een juridisch kind. De Hoge Raad constateerde hier een rechtstekort en legde de bal bij de wetgever. Die pakt nu uit in het Belastingplan 2026. Het biologische kind wordt in de Successiewet gelijkgesteld met het kind dat wél in familierechtelijke betrekking tot de erflater staat. De vrijstellingen en het tarief gelden voortaan ook voor biologische kinderen, als zij kunnen aantonen dat de schenker of erflater hun ouder is in biologische zin. Als een biologisch kind kan aantonen dat het om diens biologische ouder gaat, gelden de vrijstelling en het tarief voor kinderen. Aan de Belastingdienst moet je een uitslag van een DNA-test kunnen laten zien, waaruit het biologische ouderschap volgt. Een DNA-test uit het verleden kan volstaan. Voor de eventuele verdere uitwerking wordt verwezen naar een algemene maatregel van bestuur. Dat is prima, zolang die snel komt en duidelijk maakt met welke uitslag van een DNA-test de Belastingdienst uit de voeten kan.
Belangrijk is ook wat deze fiscale oplossing niet doet. Fiscaal als een kind worden gezien, maakt het kind civielrechtelijk nog geen kind. En zonder testament valt er voor de erfbelasting helemaal niets gelijk te stellen. Fiscaal wordt het misschien eenvoudiger, civiel kan het nog steeds schuren. De fiscale vlag kan echter uit bij het kind van wie de biologische en de juridische ouder niet dezelfde persoon is. Die kan namelijk van meer dan twee ouders fiscaal prettig erven.

Wanneer u een abonnement heeft op Vp-Bulletin via Kluwer Inview, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel Vp-Bulletin 2025/33.