Aan een spraakmakende en langslepende kwestie, bekend onder de naam de Beuningse martelmoord, is met de recente uitspraak van de Hoge Raad een einde gekomen. Geen onwaardigheid voor de man, maar ook geen erfenis. De man heeft onder invloed van een psychose zijn vrouw doodgemarteld. Hij is ontoerekeningsvatbaar, waardoor geen strafrechtelijke veroordeling is gevolgd. Aan de wettelijke voorwaarden voor onwaardigheid wordt niet voldaan. Desondanks erft de man niet, omdat de eisen van redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.
In dit artikel wordt ingezoomd op het niet mogen erven op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid alsmede de rechtsgevolgen daarvan en wordt het huwelijksvermogensrecht kort aangehaald. Daarna wordt de afgifte van een verklaring van erfrecht aangestipt in situaties waarin mogelijk sprake is van onwaardigheid. Voor de situatie als de onderhavige pleit de auteur ervoor art. 4:3 lid 1 BW uit te breiden, zodanig dat een bewezenverklaring door de strafrechter voor het opzettelijk ombrengen van de erflater, dan wel een bewezenverklaring van een opzettelijk misdrijf tegen de erflater gepleegd met zijn dood tot gevolg, onwaardigheid meebrengt.
Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2025/35.