De executeur-afwikkelingsbewindvoerder ontbreekt: wat nu? (JBN 2025/41)

Geplaatst op 15 november 2025
Mr. N. van den Berg

In testamenten worden de bevoegdheden van de executeur met enige regelmaat ‘uitgebreid’ door een (afwikkelings)bewind over de nalatenschap in te stellen en de executeur tevens tot (afwikkelings)bewindvoerder te benoemen. In dit artikel wordt ingegaan op de nalatenschap waarin de beoogde executeur-afwikkelingsbewindvoerder zijn taak niet wil of kan aanvaarden (of na aanvaarding komt te ontbreken), de problematiek die daardoor ontstaat en de oplossingen daarvoor.
Over assumptie en subrogatie bij de executele is de wet duidelijk. Bij een executeur-afwikkelingsbewindvoerder dienen we echter niet enkel de wettelijke bepalingen over de executele in ogenschouw te nemen, maar ook de bepalingen over het testamentair bewind. Een bepaling omtrent assumptie en subrogatie bij de testamentair bewindvoerder ontbreekt. Gelukkig kan de testateur bepalen dat het de bewindvoerder is toegestaan om iemand aan zich toe te voegen of in de plaats te stellen.
Valt een nalatenschap open en is de beoogde executeur-afwikkelingsbewindvoerder beschikbaar om ofwel de werkzaamheden zelf ter hand te nemen, ofwel direct iemand anders in zijn plaats te stellen, dan is er weinig aan de hand. Het wordt anders als de persoon van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder reeds bij het openvallen van de nalatenschap ontbreekt en er niet in (beschikbare) opvolging is voorzien. Hoewel de afwezigheid van de persoon van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder het einde (of beter gezegd: het niet-aanvangen) van de executele kan betekenen, blijft het afwikkelingsbewind wel van kracht. Er dient immers onderscheid te worden gemaakt tussen het bewind enerzijds en de benoeming van de bewindvoerder anderzijds. Het bewind is een verband dat op de goederen rust, onafhankelijk van de persoon die als bewindvoerder optreedt. De meest voor de hand liggende mogelijkheid is dat de kantonrechter op verzoek van de erfgenamen een (nieuwe) bewindvoerder aanwijst. Een tweede mogelijkheid is het opheffen van het bewind. Als de gezamenlijke erfgenamen besluiten tot opheffing van het bewind en dit besluit schriftelijk ter kennis van de bewindvoerder brengen, eindigt het bewind.
Voorkomen is beter dan genezen. Om uitlegkwesties (wel assumptie/subrogatie voor de executeur, maar niet voor de afwikkelingsbewindvoerder) te voorkomen, is het voor de notariële praktijk van belang om deze bevoegdheden helder te formuleren en de modelteksten daarop aan te passen. Door reeds in het testament te voorzien in de benoeming van meerdere (opvolgende) executeur-afwikkelingsbewindvoerders, verkleint men de kans dat geen van hen de benoeming zal kunnen aanvaarden.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2025/41.