Herroeping van een schenking (overdrachtsbelasting, erf- en schenkbelasting) (KWEP 2025/14)

Geplaatst op 2 april 2026
Mr. J.C. van Straaten

Wat zijn, als het gaat om de heffing van overdrachtsbelasting, schenkbelasting en erfbelasting, de fiscale gevolgen als een schenking naderhand door de schenker wordt herroepen? Leidt herroeping tot teruggave van de wegens de schenking verschuldigd geworden belasting of leidt herroeping juist tot het (opnieuw) verschuldigd worden van belasting? Maakt het nog verschil of de schenking reeds is uitgevoerd?

  1. De uitgevoerde herroepelijke schenking van vastgoed leidt tot heffing van schenkbelasting en overdrachtsbelasting. Deze samenloop wordt gemitigeerd doordat in beginsel, kort gezegd, de overdrachtsbelasting op de schenkbelasting in mindering komt (art. 24 lid 2 SW).
  2. Bij herroeping van de schenking komt de begiftigde in beginsel in aanmerking voor teruggave van de schenkbelasting (art. 53 lid 1 SW), behoudens aftrek als de begiftigde daadwerkelijk voordelen heeft genoten (art. 53 lid 2 en 3 SW).
  3. Bij herroeping van een schenking van vastgoed kan de begiftigde de geheven overdrachtsbelasting alleen dan terugvragen als de herroeping was vormgegeven als een ontbindende voorwaarde waaraan de verkrijging was onderworpen (goederenrechtelijke werking) en de toestand van vóór de verkrijging feitelijk en rechtens is hersteld (art. 19 lid 1 aanhef en onderdeel a WBR).
  4. Noch voor de schenk- en erfbelasting, noch voor de overdrachtsbelasting, wordt wat betreft de waardering van het object van de schenking rekening gehouden met het feit dat de schenking kan worden herroepen.

Wanneer je een abonnement hebt op KWEP via Kluwer Inview, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel KWEP 2025/14.