De wijzigingen van de BOR per 2026 (KWEP 2026/3)

Geplaatst op 2 april 2026
Drs. A.E. Stuut en prof. dr. A.E. de Leeuw

De bedrijfsopvolgingsregelingen in de inkomstenbelasting (DSR) en de schenk- en erfbelasting (BOR) hebben ten doel om de continuïteit van familiebedrijven te waarborgen. Door toepassing van de regelingen worden fiscale belemmeringen bij bedrijfsoverdrachten beperkt, zodat het voortbestaan van het familiebedrijf niet door belastingheffing in gevaar komt. Aanpassingen in de BOR en de DSR kunnen derhalve grote gevolgen hebben voor ondernemers en hun opvolgers. Ook zijn er met ingang van 2026 weer verschillende aanpassingen doorgevoerd. Het betreft een aantal (voorgestelde) wijzigingen, die deels al eerder waren aangekondigd:

  • een wettelijke definitie van het begrip ‘preferente aandelen’;
  • versoepelingen van de bezits- en voortzettingstermijn voor de BOR door uitbreiding van de tegemoetkomingen in art. 9 en 10 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting;
  • aanpak van onbedoeld gebruik van de BOR op (zeer) hoge leeftijd (de rollatorinvesteringen);
  • aanpak van dubbel BOR-constructies;
  • salderen van schulden bij ter beschikking gestelde onroerende zaken en bedrijfsmiddelen in gemengd gebruik;
  • het uitsluiten van een uitbreiding van de subjectieve gerechtigdheid tot een onderneming van een lopende bezitstermijn.

Wanneer je een abonnement hebt op KWEP via Kluwer Inview, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel KWEP 2026/3.