De samenwonersvrijstelling in de overdrachtsbelasting en de beleggingsleer: een ongelukkig stel? (FBN 2025/59)

Geplaatst op 2 april 2026
Mr. R.D. de Jong

Hof Amsterdam heeft in een recente uitspraak geoordeeld over toepassing van de samenwonersvrijstelling in de overdrachtsbelasting. In geschil is of de vrijstelling van toepassing is als tussen de samenwoners in het kader van een verbouwing van de onroerende zaak een schuldverhouding is ontstaan, waarbij is overeengekomen dat de omvang van de vordering correspondeert met het economische belang van een gedeelte van de onroerende zaak. Het hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval de vrijstelling geen toepassing vindt, maar het is niet uitgesloten dat dit komt door de uitzonderlijke omstandigheden in de casus. Voor de praktijk is het interessant om te onderzoeken of naar aanleiding van deze uitspraak ook conclusies moeten worden getrokken voor situaties die minder uitzonderlijk zijn. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2021 leidt de auteur af dat de uitkomst anders zou zijn geweest als de woning niet was gecertificeerd en de samenwonende partners dus naast een qua bandbreedte niet kwalificerend economisch belang, tevens een qua bandbreedte wél kwalificerend juridisch belang hadden gehad.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FBN 2025/59.