Papieren schenkingen onder vuur (FBN 2026/6)

Geplaatst op 2 april 2026
Mr. E.A. van Uunen

De auteur bespreekt de fiscale aspecten van de papieren schenking. Daarbij komen aan de orde de behandeling van de papieren schenking voor de schenk- en erfbelasting en de geplande aanpassing van de rekenrente bij de forfaitaire waardering van vruchtgebruik. Ook schetst hij een aantal civielrechtelijke aspecten van de papieren schenking. Vervolgens bespreekt hij de behandeling voor de inkomstenbelasting in box 3 onder de vigeur van de Overbruggingswet box 3, de Wet tegenbewijsregeling box 3 en de Wet werkelijk rendement box 3.
Een papieren schenking kan een uitstekend instrument zijn in het kader van estate planning. Het fiscale voordeel is niet zozeer gelegen in het omkatten van 20% erfbelasting in 10% schenkbelasting, maar veeleer in de rentebetalingen die jaarlijks plaatsvinden tegen een rente van 6%. Die vormen geen schenking en zorgen dus voor een onbelaste vermogensovergang van ouder naar kind. Als die rekenrente in het kader van de modernisering van de forfaits, gebaseerd op de rente en levensverwachting, in de schenk- en erfbelasting wordt verlaagd, verliest de papieren schenking een belangrijk deel van zijn aantrekkelijkheid.
De verwerking van de vorderingen en schulden naar aanleiding van een papieren schenking in box 3 is buitengewoon complex, zowel in het forfaitaire stelsel als in de tegenbewijsregeling tot 2028 en in de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028. Uitgangspunt is steeds de waarde in het economische verkeer van de schuld en vordering, niet zozeer de nominale waarde.
Dan resteert er een enerzijds praktische maar anderzijds ook dogmatische vraag. Als een papieren schenking in nagenoeg alle gevallen enkel en alleen maar de bedoeling heeft om schenk- en erfbelasting te besparen, en gegeven de enorme complexiteit in de uitvoering en handhaving, is het dan niet verstandig om enerzijds een papieren schenking vanaf enig kalenderjaar fiscaal niet langer als belaste schenking in de schenkbelasting te betrekken en anderzijds de schuld die door de papieren schenking ontstaat niet als schuld bij de bepaling van de hoogte van de nalatenschap voor de erfbelasting in aanmerking te nemen? Ofwel, in eenvoudige taal, is het niet beter om deze constructie af te schieten?

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FBN 2026/6.