Het fideicommis en de nadere verkrijging (FBN 2026/10)

Geplaatst op 2 april 2026
Mr. dr. R.E. Brinkman

In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe de erfbelasting moet worden berekend als iemand uit dezelfde nalatenschap op twee verschillende momenten verkrijgt door het in vervulling gaan van een opschortende voorwaarde. De Hoge Raad heeft in 2013 duidelijkheid geschapen over hoe de erfbelasting berekend moet worden als sprake is van een ‘nadere verkrijging’. De vraag die nog openstaat is of, als de eerdere (eerste) verkrijging(en) uit een niet-opeisbare vordering bestaat of uit bloot eigendom bestaat, de ‘eerdere belaste verkrijgingen’ opgeteld moeten worden bij de ‘nadere belaste verkrijgingen’ of dat de werkelijke eerdere verkrijgingen dan in aanmerking moeten worden genomen: die werkelijke verkrijgingen kunnen hoger (maar ook lager) zijn dan de ‘eerdere belaste verkrijgingen’. De auteur werkt twee benaderingen uit.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FBN 2026/10.