De kwaliteit van de executeur voor het kwaliteitsdelict (FTV 2026/2)

Geplaatst op 7 april 2026
Mr. T.C. Hoogwout

De strafkamer van de Hoge Raad heeft in 2020 geoordeeld dat bij de strafbepaling van art. 69 lid 2 AWR sprake is van een kwaliteitsdelict, zodat slechts degene die de in de wettelijke bepaling genoemde hoedanigheid heeft bestraft kan worden als het delict wordt gepleegd. Op grond van de Successiewet moet sinds 2012 de executeur dezelfde verplichtingen van die wet vervullen als de erfgenamen. Naar aanleiding van deze jurisprudentie komt de vraag op of hierdoor aan de executeur een boete kan worden opgelegd, die kwalificeert als een impliciet of expliciet kwaliteitsdelict op grond van de AWR. In dit artikel worden de verplichtingen van de erfgenamen besproken, de fiscale gevolgen van een gevolmachtigde en vervolgens de verplichtingen van de executeur.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FTV 2026/2.