Enkele relatievermogens- en fiscaalrechtelijke aspecten van de economische eigendom (FTV 2026/5)

Geplaatst op 7 april 2026
Mr. H.J. Weijers

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in 2025 dat de aan een echtgenoot toebehorende ‘economische eigendom’ van aandelen in een BV en de daarmee verband houdende obligatoire rechten en verplichtingen in de tussen de echtgenoten bestaande huwelijksgemeenschap kan vallen en in casu ook daadwerkelijk was gevallen. In dit artikel wordt de rechtsfiguur van de economische eigendom nader bezien, in het bijzonder vanuit relatievermogensrechtelijk perspectief.
In het huwelijksvermogensrecht is het van groot belang om te bepalen of de (juridische) eigendom van een goed al dan niet in de huwelijksgemeenschap is gevallen. Dit heeft immers consequenties voor onder meer de gerechtigdheid tot dat goed (zowel voor als na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap), het verhaalsrecht van schuldeisers en de bestuursbevoegdheid van de echtgenoten. Hoe dit alles uitwerkt ten aanzien van een goed waarvan een echtgenoot geen juridisch eigenaar, maar ‘economisch eigenaar’ is, is minder duidelijk.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FTV 2026/5.