In dit artikel staat de fiscaal-juridische vraag centraal aan wie een schenking moet worden toegerekend wanneer slechts een van de in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten een schenking verricht. In de praktijk bestaat spanning tussen twee benaderingen: de juridische benadering en de economische benadering. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2025 geldt civielrechtelijk de juridische benadering. Fiscaal sluit de Successiewet aan bij het civielrechtelijke schenkingsbegrip, waardoor volgens de auteurs ook de juridische benadering voor de Successiewet leidend is. Bij de toepassing van fictiebepalingen in de Successiewet kan echter spanning ontstaan tussen de juridische en economische benadering. Dit artikel bespreekt de civiele en fiscale toerekening van schenkingen, relevante rechtspraak, standpunten van de Belastingdienst en de praktische implicaties voor de adviespraktijk.
De echtgenoot die niet bij de schenking is betrokken, wordt civielrechtelijk niet als schenker aangemerkt, ook niet wanneer de schenking volledig of gedeeltelijk uit het gemeenschapsvermogen is gefinancierd. Hiermee laat het civiel recht geen ruimte voor een economische benadering van het schenkbegrip: uitsluitend de formele schenker wordt als schenker aangemerkt. De Successiewet haakt in art. 1 lid 7 SW aan bij het civielrechtelijke schenkingsbegrip, waardoor voor de bepalingen die daarop voortbouwen de juridische benadering naar de mening van de auteurs leidend is. Een strikt juridische benadering, waarbij doorslaggevend is wie formeel als schenker optreedt, is volgens hen voor art. 12 SW niet wenselijk. Maar zolang de wetgever geen nadere regeling treft, moet de juridische benadering voorop blijven staan bij de toepassing van art. 12 SW.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FTV 2026/6.