Dit artikel gaat in op de inbrengregeling als er een wettelijke verdeling speelt in de situatie van gehuwde erflaters die graag willen dat hun giften aan een kind nominaal worden verrekend bij de afwikkeling van beide nalatenschappen. Hoewel het in eerste instantie makkelijk lijkt om via de inbrengregeling ongelijke giften aan een of meer kinderen bij het overlijden weer recht te trekken met de andere kinderen, zitten daar in de praktijk de nodige haken en ogen aan. In dit artikel worden die haken en ogen besproken en ook alternatieven aangereikt. Daaruit blijkt dat met verschillende complicaties rekening moet worden gehouden om de gewenste uitkomst te krijgen. De schenkers moeten bij de inbrengregeling en ter zake van de rente over het extra erfdeel dat ten gevolge van de inbreng door het niet-begiftigde kind wordt verkregen, een aanpassing op de normale regeling aanbrengen.
Overigens dient ook bedacht te worden dat de gevolgen van de schenk- en erfbelasting uiteen kunnen lopen, waarmee de auteur bedoelt dat de heffing van schenkbelasting over de schenkingen aan het ene kind en de erfbelasting over de extra erfdelen van het andere kind uiteen kunnen lopen.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2026/7.