Gedragssturende clausules in testamenten (WPNR 2026/7542)

Geplaatst op 30 juli 2026
Mr. drs. R. van Dijken en mr. B.W.J. Theunissen

Een (toekomstige) erflater heeft soms de wens om levende personen te bewegen tot het uitvoeren of juist achterwege laten van bepaald gedrag, nadat hij zelf is overleden. Bij het opstellen van een testament beschikt de notaris over diverse gereedschappen die hij kan inzetten om deze gedragssturing voor de erflater te bewerkstelligen. Dit artikel vergelijkt drie hoofdvormen: de testamentaire last, de voorwaardelijke making, en nadere regelingen via bewind. Wat zijn de grenzen en rechtsgevolgen van de verschillende vormgevingen van erfrechtelijke gedragssturing, en doet de vormgeving ertoe?
Eerst is van belang te bepalen welke van de drie rechtsfiguren in een testament precies aan de orde is. Vervolgens worden de generieke grenzen van de testeervrijheid neergezet, die in principe voor alle behandelde rechtsfiguren gelden. Daarna wordt ingegaan op de specifieke rechtsfiguren: de testamentaire last, de voorwaardelijke making en nadere regelingen via bewind. Welk instrument het meest geschikt is, hangt af van het doel van de erflater. De testamentaire last biedt flexibiliteit over tijd, maar is minder direct afdwingbaar. De voorwaardelijke making stuurt direct en goederenrechtelijk, maar kent meer wettelijke beperkingen. Testamentair bewind biedt maatwerk via beheer door een derde en rechterlijk toezicht, maar kan in beginsel worden opgeheven. Elk instrument heeft dus eigen voor- en nadelen. Een goed gesprek tussen notaris en erflater over de doelen, looptijd en risico’s is cruciaal voor de juiste vormgeving. Het artikel sluit af met een overzicht dat de rechtsfiguren naast elkaar zet.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2026/7542.