Wanneer echtgenoten van echt wensen te scheiden, wordt een al dan niet gezamenlijk verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit indien het huwelijk duurzaam is ontwricht of als beide echtgenoten die mening zelf zijn toegedaan. Door de indiening van een verzoek tot echtscheiding wordt de tussen de echtgenoten bestaande huwelijksgemeenschap ontbonden; deze wordt dan voor verdeling vatbaar. De echtscheiding zelf komt pas tot stand als de rechterlijke beschikking inhoudende de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand wordt ingeschreven. Op dat moment eindigt ook het huwelijk. Het komt in de praktijk zo nu en dan voor dat ex-echtgenoten enige tijd na de echtscheiding opnieuw met elkaar in het huwelijk treden (of een geregistreerd partnerschap aangaan). In de wetsgeschiedenis en de literatuur wordt in dit verband gesproken over een zogenaamd ‘reparatiehuwelijk’. In dat geval bepaalt art. 1:166 BW – voor zover deze wetsbepaling van toepassing is – dat alle gevolgen van het (eerste) huwelijk van rechtswege herleven alsof er geen echtscheiding had plaatsgehad. De geldigheid van rechtshandelingen die tussen de ontbinding van het (eerste) huwelijk en het nieuwe huwelijk of het geregistreerd partnerschap zijn verricht, worden beoordeeld naar het tijdstip van die rechtshandeling.
Het bepaalde in art. 1:166 BW roept een aantal vragen op. Wat betekent het dat alle gevolgen van het eerdere huwelijk herleven? Is dit beperkt tot de huwelijksvermogensrechtelijke gevolgen of niet? Hoe zit het met de toenmalig ontbonden en inmiddels verdeelde huwelijksgemeenschap? En gelden de al dan niet ingeschreven oude huwelijkse voorwaarden nog? In dit artikel staat de auteur onder meer bij deze vragen stil. Uit de rechtspraak blijkt dat lang niet alle (aanstaande) echtgenoten op de hoogte zijn van het bestaan van dan wel de gevolgen van deze wetsbepaling. De gevolgen die art. 1:166 BW met zich brengt, kunnen echter ingrijpend zijn. Het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten wordt daardoor bepaald en ook bij daaraan aanverwante leerstukken, te weten de pensioenverevening en de partneralimentatie, speelt de wetsbepaling een rol.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2026/7539.