De term schenking impliceert vrijgevigheid. De schenking roept het beeld op van iemand die onbaatzuchtig geeft aan een familielid, vriend of goed doel. Het kan echter voorkomen dat degene die schenkt daar iets voor terug wil en bepaalde verplichtingen aan de schenking verbindt. Denk bijvoorbeeld aan de tante die haar auto schenkt, maar daarbij bedingt dat de neef haar wekelijks naar de supermarkt chauffeurt. Art. 7:184 lid 1 sub a BW geeft de schenker de bevoegdheid om een schenking te vernietigen indien de begiftigde in verzuim is met de voldoening van een hem bij de schenking opgelegde verplichting, waarvan noch de schenker noch een derde nakoming kan vorderen. Het gaat hier om de schenking met niet-afdwingbare verplichting, die in de literatuur ook wel de schenking onder last wordt genoemd. Art. 7:184 lid 1 BW bevat overigens nog twee gevallen waarin de schenker de schenking kan vernietigen. Dit zijn het geval dat de begiftigde opzettelijk een misdrijf jegens de schenker of diens naaste betrekkingen pleegt (sub b) en het geval dat een begiftigde die wettelijk of krachtens overeenkomst verplicht is tot onderhoud van de schenker bij te dragen, in verzuim is deze verplichting na te komen (sub c). Deze twee gevallen worden door de auteur niet besproken.
De schenking met niet-afdwingbare verplichting is een bijzondere rechtsfiguur. Los van het feit dat de schenking met verplichting klinkt als een contradictio in terminis, is zij om een aantal redenen problematisch. De toepassing van art. 7:184 lid 1 sub a BW is lastig vanwege het vereiste van verzuim ten aanzien van een natuurlijke verbintenis. Bovendien zorgt de terugwerkende kracht van de vernietiging voor problemen met de verkrijgende en bevrijdende verjaring, waardoor art. 7:184 BW twintig jaar na de schenking een dode letter dreigt te worden. Gelet op deze problemen kan de schenker overwegen om te kiezen voor een alternatieve rechtsfiguur. Hij heeft de beschikking over twee andere mogelijkheden om het geschonkene terug te krijgen als de begiftigde een bepaalde verplichting niet nakomt. De eerste daarvan is de schenking met afdwingbare verplichting. Als de begiftigde deze niet nakomt, dan kan de schenker de schenking ontbinden en teruggave van het geschonken vorderen. Wenst de schenker een zakelijke actie om de geschonken zaak terug te krijgen bij niet-nakoming van de verplichting door de begiftigde, dan kan hij gebruikmaken van de schenking onder ontbindende dan wel opschortende voorwaarde. Ook een combinatie van beide is mogelijk in de vorm van de herroepelijke schenking. Deze alternatieve rechtsfiguren beschermen de belangen van de schenker mijns inziens even goed als de vernietigbare schenking met niet-afdwingbare verplichting. Bovendien kennen zij de interpretatie- en verjaringsproblemen van de schenking met niet-afdwingbare verplichting niet.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2026/7562.