Dit artikel bevat een praktijkupdate voor het KWEP over de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet. Ankerpunt blijft dat het (groot)familiebedrijf als meervoudige motor van de open Nederlandse economie strategisch baat heeft bij goed functionerende bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor reële bedrijfsopvolging. Dit maakt recent ingevoerde en eventuele toekomstige wetgeving extra relevant. Hierbij past de observatie dat de politieke context ‘volatiel’ is, terwijl een bestendige en betrouwbare overheid nodig is. De aantreding van een minderheidskabinet met daarmee samenhangende dynamiek maken deze laatste componenten evenwel niet vanzelfsprekend.
Het seizoen 2025/2026 kende de nodige relevante ontwikkelingen. Als ‘sluitstuk’ van de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 en de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 werd ook per 1 januari 2026 een aantal wijzigingen van kracht. Andere aanvankelijk voorgestelde wijzigingen haalden deze eindstreep evenwel niet. Verder werd nieuwe hogere ‘BOR-jurisprudentie’ gevormd over de materiële ondernemingstoets en de bezitseis. Na eerdere vernietiging van een uitspraak van Hof ’s‑Hertogenbosch en verwijzing van het geding door de Hoge Raad naar en aansluitende verwijzingsuitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden kwam de Hoge Raad in cassatie tot een ‘vervolgoordeel’ over toepassing van de bezitseis bij ruziesplitsing in het geruchtmakende ‘horen’ en ‘zien’-feuilleton.
Ook werden weer BOR-kennisgroepstandpunten geactualiseerd en gepubliceerd. Gewezen kan worden op KG:063:2023:15 (berekening aftrekbaar bedrag belastinglatentie/actualisering), KG:063:2023:27 (schenking onderlangs aan vennootschap met meerdere aandeelhouders/actualisering), KG:063:2025:4 (tweetrapsschenking, bezits- en voortzettingseis/publicatie), KG:063:2025:5 (herstructurering, voortzettingsperiode, wijziging belang/publicatie), KG:063:2026:4 (5%-marge (oud) bij beleggingsvermogen en verval BOR-vrijstelling/publicatie), KG:003:2026:5 (toerekening ondernemingsvermogen bij direct gehouden tracking stocks/publicatie), KG:003:2026:6 (toerekening ondernemingsvermogen bij indirect gehouden tracking stocks/publicatie) en KG:003:2026:7 (toerekening ondernemingsvermogen bij tracking stocks/publicatie).
Met verder toenemende politieke belangstelling voor- en tegenstellingen over fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en aantreding van het minderheidskabinet-Jetten met bijbehorende dynamiek van dien, kondigt 2026/2027 zich aan als mogelijk ‘volatiel’ BOR-seizoen. Het Nederlands (groot)familiebedrijf heeft bij reële bedrijfsopvolging juist baat bij eenvoud, eenduidigheid en voorspelbaarheid van realistische criteria en realistisch fiscaal liquiditeitsbeslag alsmede een level playing field in internationaal verband.
Wanneer je een abonnement hebt op KWEP via Kluwer Inview, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel KWEP 2026/11.