Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant wordt in dit artikel geanalyseerd onder welke omstandigheden de kantonrechter op grond van art. 4:198 BW kan afwijken van het uitgangspunt dat erfgenamen/vereffenaars hun bevoegdheden als vereffenaars van een beneficiair aanvaarde nalatenschap gezamenlijk uitoefenen. Daarnaast wordt onderzocht of de notaris in deze omstandigheden de afgifte van een verklaring van erfrecht terecht heeft geweigerd.
Art. 4:198 BW biedt de kantonrechter de mogelijkheid om de bevoegdheden en verplichtingen van erfgenamen/vereffenaars anders te verdelen wanneer de gezamenlijke vereffening op praktische problemen stuit of indien er onenigheid is ontstaan tussen de erfgenamen/vereffenaars. Art. 4:198 BW kan ook worden gebruikt om de gezamenlijke bevoegdheid van de erfgenamen/vereffenaars om op grond van art. 4:211 lid 2 BW de erfgenamen in en buiten rechte te vertegenwoordigen, anders te bepalen, als vangnet bij een stagnerende vereffening.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FTV 2026/26.