Van een gemeenschap is sprake wanneer een of meer goederen aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk toebehoren. Als deelgenoten het niet eens worden over de waardering van te verdelen goederen, dan kan de rechter een deskundige inschakelen die de waarde van de goederen vaststelt. Om langslepende procedures over de waardering van de te verdelen goederen te voorkomen, komt het met enige regelmaat voor dat de rechter de discussie definitief probeert te beslechten door te bepalen dat een door een deskundige op te stellen taxatierapport bindend zal zijn. De Hoge Raad boog zich onlangs over de vraag of die bevoegdheid wel aan de rechter toekomt.
De centrale rechtsvraag in cassatie is duidelijk. Één van de deelgenoten had de rechtbank verzocht om een deskundige te benoemen die de waarde van de percelen zou vaststellen. Maar was het aan de rechtbank om te bepalen dat, ook zonder dat dit door partijen was gevorderd, op grond van art. 186 Rv juncto art. 679 Rv de daaruit volgende waarde bindend zou zijn? De Hoge Raad gaat hier niet in mee en overweegt dat de strekking van art. 679 Rv beperkt is tot het aanwijzen van een rechter die bevoegd is om een deskundige te benoemen om de waarde van de te verdelen goederen te schatten als partijen het daar onderling niet eens over worden. Daarbij impliceert art. 679 lid 2 Rv niet dat het oordeel van die deskundige bindend zal zijn. Als partijen dat onderling niet zijn overeengekomen, biedt dit artikel dan ook geen grondslag voor de rechtbank om eigenhandig te bepalen dat het deskundigenoordeel bindend zal zijn.
Door de taxatie bindend te verklaren, wordt de mogelijkheid voor partijen om de daaruit volgende waardering inhoudelijk ter discussie te stellen in belangrijke mate afgesneden. Een dergelijke beperking van de mogelijkheid om de waardering nog aan de rechter voor te leggen, vereist daarom een daarop gerichte afspraak tussen partijen: een bewijsovereenkomst waarin tegenbewijs tegen het oordeel van de deskundige op voorhand wordt uitgesloten. Ontbreekt een dergelijke afspraak, dan kan de rechter die leemte niet eigenmachtig opvullen. Wel kan de notariële praktijk op een bindende taxatie voorsorteren in samenlevingscontracten en huwelijkse voorwaarden. Zo kan worden vastgelegd dat een in het kader van een verdeling uit te voeren taxatie bindend zal zijn. Als de rechter dan uiteindelijk bij de verdeling betrokken raakt, dan biedt de reeds tussen de partijen gemaakte afspraak een grondslag om de waarde van de woning bindend vast te stellen.
Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2026/46.