De vertegenwoordiging van de erfgenaam of legataris in bezwaar en beroep door de executeur (FBN 2026/41)

Geplaatst op 6 november 2026
Mr. T.C. Hoogwout

Recent heeft Hof Den Haag geoordeeld over de vraag of een executeur in fiscale zaken kan procederen zonder recente machtiging van de erfgenaam of legataris. Deze hofuitspraken zijn voor de auteur aanleiding om in te gaan op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de executeur in fiscale geschillen van de erfgenamen of legataris.
Hoewel de executeur civielrechtelijk de vertegenwoordiger van de erfgenamen is, wordt de executeur fiscaal door de Hoge Raad niet als zodanig aangemerkt. Ondanks dat de executeur dezelfde verplichting heeft als de erfgenamen om de aangifte erfbelasting in te dienen op grond van art. 72 SW, creëert die bepaling echter niet de bevoegdheid tegen de (navorderings)aanslag erfbelasting in bezwaar of beroep te gaan, gezien het gesloten stelsel van de beroepsgerechtigden (art. 26a AWR). Volgens de Hoge Raad behoort het instellen van (hoger) beroep (ook) niet tot de verplichtingen van een vereffenaar, ondanks dat de vereffenaar de gerechtigden tot de nalatenschap in en buiten rechte kan vertegenwoordigen (art. 4:211 BW). Voorts geldt vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van art. 44 AWR slechts buiten rechte, voor het uitoefenen van de bevoegdheden en het nakomen van de verplichtingen die de erflater zou hebben gehad, als hij nog in leven was. Mitsdien ziet die bepaling niet op de verschuldigde erfbelasting in diens nalatenschap. Voor de vertegenwoordiging in belastingprocedures bij de rechtbank, het hof of de Hoge Raad is een volmacht nodig van de erfgenaam of legataris. De verklaring van executele is echter niet toereikend als bewijs van vertegenwoordiging in belastingzaken.
De meeste executeurs die worden benoemd in een testament zijn familieleden of vrienden en daarmee doorgaans fiscaal niet onderlegd. Het kan zijn dat als de executeur niet tijdig bezwaar maakt tegen de aanslag, of die niet tijdig doorstuurt aan de verkrijgers, de rechter oordeelt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding in de zin van art. 6:11 Awb en de verkrijgers het risico moeten dragen. In het geval de bezwaartermijn is overschreden en de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar is, resteert een verzoek tot een ambtshalve vermindering (art. 65 AWR). Deze regeling biedt echter niet altijd soelaas, aangezien geen bezwaar of beroep openstaat tegen een afwijzing van het verzoek. In uitzonderlijke gevallen kan een belastingplichtige proberen genoegdoening te krijgen in een civiele procedure.

Wanneer je een abonnement hebt op SDU Opmaat, dan kun je middels de link het complete artikel raadplegen: artikel FBN 2026/41.

Relevant voor dit onderwerp

Aangifte Erfbelasting

Voor een veilige, vlotte en efficiënte digitale aangifte voor de erfbelasting.
Fiscale legaten toepassen
Keuzelegaten doorrekenen
Schenkingsplan en kleinkindlegaten doorrekenen
Vanaf € 1.790,00

Kennisbank Estate Planning

Een altijd actueel naslagwerk met vakinhoudelijke informatie op het gebied van estate planning.
Altijd actueel
Diepgaande dekking
Handige links
Vanaf € 119,33