Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
18-06-2024 - Uitlegging en aanvulling van uiterste wilsbeschikkingen (Tijdschrift Erfrecht 2024/3)
17-06-2024 - Besluit van 4 juni 2024, nr. 2024-0000012721

HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7283

LinkedIn
28-07-2010 | Categorie: Jurisprudentie

Art. AK Inv.w. Wet IB 2001 van toepassing omdat langstlevende geen erfgenaam was

Bij het overlijden van zijn vader in 1979 is belanghebbende enig erfgenaam. Aan zijn moeder is bij testament een keuzelegaat tegen inbreng van de waarde toegekend. De uitoefening van het keuzelegaat heeft geleid tot een inbrengschuld waarover moeder rente verschuldigd is aan belanghebbende. De rente is pas opeisbaar bij het overlijden van moeder in 2002.

De bepalingen van de Wet IB 1964 zoals die luidden op 31 december 2000 blijven op grond van art. AK lid 1 Inv.w. Wet IB 2001 van toepassing op de op 31 december 2000 lopende termijnen van rente. Op grond van art. AK lid 4 Inv.w. Wet IB 2001 geldt echter een uitzondering voor lopende termijnen van renten van schuldvorderingen die zijn ontstaan in verband met de verdeling van een nalatenschap, voorzover de renten betrekking hebben op een overbedeling.

Belanghebbende en de staatssecretaris van Financiën zijn het oneens over het antwoord op de vraag of de rente op de schuldvordering van belanghebbende onder de uitzonderingsbepaling van art. AK lid 4 Inv.w. Wet IB 2001 valt. Belanghebbende meent van wel, de staatssecretaris van niet. Hof Den Haag heeft de opvatting van belanghebbende gevolgd, door aan te nemen dat naar aanleiding van de uitoefening van het keuzelegaat een verdeling is overeengekomen, die heeft geleid tot een overbedeling van moeder. De staatssecretaris heeft tegen die uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Den Haag thans vernietigd. De stukken van het geding laten volgens de Hoge Raad geen andere conclusie toe dan dat de schuld van moeder aan belanghebbende niet is ontstaan in verband met de verdeling van een nalatenschap, nu moeder geen erfgenaam was. Art. AK lid 4 Inv.w. Wet IB 2001 is derhalve niet op het onderhavige geval van toepassing. Anders dan belanghebbende voor het hof heeft betoogd, kan een dergelijke toepasselijkheid evenmin volgen uit de door hem gestelde mogelijke omstandigheid dat zijn positie economisch gelijk is aan het geval waarvoor art. AK lid 4 Inv.w. Wet IB 2001 is bedoeld.

Meer informatie:

Naar jurisprudentie overzicht


Naar boven

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de meerdaagse opleiding Estate Planning Specialist

Uitgebreide Modellen Levenstestamenten
Completer dan ieder ander model, inclusief toelichting voor de levenstestateur

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Uniek in de markt: Aangifte Erfbelasting
Om op snelle, efficiënte en veilige wijze digitaal aangifte erfbelasting te kunnen doen

Twitter Linkedin