Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2760

LinkedIn
01-05-2022 | Categorie: Jurisprudentie

Vernietiging van onterving op grond van onjuiste beweegredenen

Een erflaatster heeft haar dochter benoemd tot enig erfgename waardoor haar zoon is onterfd. “Ter toelichting van deze erfstelling verwijs ik naar de aan dit testament gehechte bijlage.” Volgens de bijlage heeft de zoon haar benadeeld en haar vermogen deels toegeëigend. De toelichting van moeder staat niet in haar testament zelf, maar is verwoord in een niet ondertekende bijlage bij dat testament. Het hof is van oordeel dat de bijlage onderdeel uitmaakt van de uiterste wil van moeder en dat hetgeen in de bijlage staat als ‘in de uiterste wil aangeduid’ geldt. De bijlage is aan de uiterste wil gehecht en vormt daarmee één geheel. In het testament zelf staat de uiterste wilsbeschikking waar het moeder om gaat; in de bijlage is de toelichting daarop verwoord. De uiterste wilsbeschikkingen van moeder zijn vervat in een notariële akte en voldoen daardoor aan de vormeis die daaraan wordt gesteld. Dat de bijlage niet door moeder is ondertekend maakt dat niet anders. Door de verwijzing naar de bijlage in het testament is duidelijk dat dit haar toelichting is.
Het Hof is van oordeel dat de erflaatster de erfstelling van de dochter en de impliciete onterving van de zoon heeft gemaakt onder invloed van onjuiste beweegredenen. Volgens het Hof is niet gebleken dat van onrechtmatig handelen van de zoon zodat de veronderstellingen van de erflaatster ten tijde van het opmaken van haar testament onjuist zijn geweest. Tot slot moet nog de vraag worden beantwoord of de erflaatster haar zoon niet zou hebben onterfd als zij van de onjuistheid van haar veronderstelling kennis had gedragen. De zoon stelt dat als de erflaatster zou hebben geweten dat haar veronderstellingen onjuist waren, zij hem niet zou hebben onterfd en dat hij evenals de dochter voor 50% in de nalatenschap van de erflaatster zou delen. Die stelling is door de dochter niet althans onvoldoende betwist.
Nu is voldaan aan de vereisten van art.4:43 lid 2 BW dient het testament voor zover het de erfstelling betreft te worden vernietigd. Voor het overige blijft het testament in stand.

Meer informatie:

Naar jurisprudentie overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin