Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Hof Den Haag 9 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1949

LinkedIn
01-08-2019 | Categorie: Jurisprudentie

Samenloop factultatief wederkerig verrekenbeding en inbreng vermogen in nalatenschap leidt tot art. 10 SW

Vader en moeder waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. Vader overlijdt in 1998. Moeder brengt vervolgens de helft van haar vermogen in de nalatenschap van vader in.
De tussen moeder en vader overeengekomen huwelijkse voorwaarden houden volgens het hof geen verplicht wederkerig finaal verrekenbeding in. De in art. 2 lid 1 van de huwelijkse voorwaarden opgenomen verplichting van de echtgenoten tot deling bij helfte van de waarde van beider vermogens, treedt blijkens de duidelijke bewoordingen van deze bepaling niet in dan na een – eerste – verzoek van één van hen. Aangezien een dergelijk verzoek vader wegens zijn overlijden niet meer kan bereiken, kan op basis van het eerste lid geen verplichte verrekening meer intreden. Er kan ook geen uitkering plaatsvinden als bedoeld in art. 2 lid 2 van de huwelijkse voorwaarden, omdat na overlijden het huwelijk is opgehouden te bestaan en er geen sprake meer is van echtgenoten. Art. 3 van de huwelijkse voorwaarden bepaalt weliswaar dat deling ook kan worden gevorderd binnen zes maanden na het eindigen van het deelgenootschap, maar dat daaronder niet te begrijpen is een eindigen door overlijden van een of beide echtgenoten. Art. 4 van de huwelijkse voorwaarden houdt een regeling in voor het geval beide echtgenoten samen zijn overleden. Moeder en vader hebben volgens het hof geen andere bedoeling willen geven aan de huwelijkse voorwaarden.
Moeder heeft op grond van het testament van vader het levenslang vruchtgebruik van diens gehele nalatenschap gekregen. De twee kinderen hebben de nalatenschap van vader geërfd belast met het vruchtgebruik. Moeder overlijdt in 2013.
De inspecteur stelt dat bij de verdeling van de nalatenschap van vader, moeder eigen vermogen heeft ingebracht overeenkomstig het facultatief wederkerig verrekenbeding. Vervolgens heeft zij daarvan het vruchtgebruik verkregen. Het hof oordeelt, dat het vruchtgebruik van moeder ten laste is gekomen van het vermogen dat de kinderen hebben verkregen in het kader van de nalatenschap van vader vanwege inbreng van dat vermogen door moeder. Tevens stelt het hof vast dat de door de kinderen verkregen vordering geen deel uitmaakte van de aangegeven verkrijging uit de nalatenschap van vader zoals blijkt uit de opgelegde aanslag erfbelasting (destijds successierechten). Dit leidt er toe dat bij het overlijden van moeder, de vordering van de kinderen op grond van art. 10 lid 1 SW moet worden aangemerkt als een fictieve erfrechtelijke verkrijging.

Meer informatie:

Naar jurisprudentie overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin