Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9560

LinkedIn
01-11-2021 | Categorie: Jurisprudentie

Tweetrapsmaking leidde niet tot einde van ontbonden huwelijksgemeenschap

Erflaatster is in 2010 overleden en was op dat moment in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Tot de huwelijksgemeenschap behoorde onder andere de woning. Bij testament heeft erflaatster haar man tot enig erfgenaam onder ontbindende voorwaarde benoemd (bezwaarde) en haar kinderen als rechthebbenden onder opschortende voorwaarde (verwachters). Het recht van de bezwaarde op het voorwaardelijk verkregen vermogen eindigt onder andere bij het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap door de bezwaarde, of bij duurzaam met een ander samenwonen als waren zij gehuwd. In 2016 is de bezwaarde in het huwelijk getreden. Daardoor is de ontbindende voorwaarde in werking getreden. Daarop hebben de bezwaarde en de verwachters (eiser in eerste aanleg en zijn broer) ter verdeling van de nalatenschap van erflaatster een akte ondertekend met de titel ‘akte vaststelling voorwaardelijk vermogen en gemeenschap tevens inhoudende verdeling gemeenschap (nalatenschap van [erflaatster])’. In die akte worden de woning en de daarbij behorende hypotheekschuld toegedeeld en geleverd aan eiser en is bepaald dat eiser vanwege overbedeling een geldbedrag aan zijn vader en zijn broer verschuldigd is. In die akte wordt verklaard dat art. 3 lid 1 onder b WBR van toepassing is. Op grond van deze bepaling wordt de verkrijging krachtens een verdeling van een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap niet als een verkrijging voor de overdrachtsbelasting aangemerkt. Voor de verkrijging van de woning door eiser heeft de Belastingdienst een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd aangezien volgens de Belastingdienst geen sprake meer was van een te verdelen huwelijksgemeenschap.
Anders dan de rechtbank is Hof Arnhem-Leeuwarden van oordeel dat de ontbonden huwelijksgemeenschap is blijven bestaan en dat de langstlevende echtgenoot, belanghebbende (eiser in eerste aanleg) en zijn broer gerechtigd zijn tot de in de nalatenschap vallende onverdeelde helft van de huwelijksgemeenschap.  Tot 28 december 2017 zijn namelijk geen handelingen verricht die hebben geleid tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap en/of de nalatenschap, zodat beide gemeenschappen tot die datum zijn blijven bestaan. Bij akte van 28 december 2017 zijn beide gemeenschappen verdeeld, waarbij de tot de gemeenschappen behorende woning is toegedeeld aan belanghebbende. Deze verdeling is de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap en een nalatenschap. De verkrijging van de onroerende zaak bij deze verdeling is daarom geen verkrijging in de zin van de overdrachtsbelasting.

Meer informatie:

Naar jurisprudentie overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin