Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1793
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1810

Ik-oma-testament; waarde van door kleinkinderen verkregen vorderingen berekend voor surplus verkrijging (NTFR 2019/2001)

LinkedIn
22-08-2019 | Categorie: Literatuur

Mr. D. van Beelen

Moet de waarde van de door de kleinkinderen verkregen vorderingen worden berekend volgens het eerste of het negende lid van art. 10 SW, dus volgens de nominale waarde van de vordering of alleen de surplus verkrijging? 
Op 19 juni 2018 heeft rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan over een Ik-Oma-testament (ECLI:NL:RBDHA:2018:8080). De rechtbank kwam tot het oordeel dat de ik-oma-making moest worden gekwalificeerd als een lastbevoordeling, die bij het overlijden van het kind op grond van art. 10 lid 1 SW was belast bij het kleinkind. Omdat volgens de rechtbank sprake is van een lastbevoordeling en niet van een legaat werd aan art. 10 lid 9 SW vervolgens niet meer toegekomen. Belanghebbenden komen daartegen op in sprongcassatie onder aanvoering van drie middelen.
A-G IJzerman merkt in zijn conclusie van 22 mei 2019 (ECLI:NL:PHR:2019:544) op dat het uitgangspunt van toepassing van de Successiewet is gelegen in de onderliggende civielrechtelijke verhoudingen, behoudens afwijking daarvan in bepaalde wettelijke bepalingen van de Successiewet, en dan nog beperkt tot de tekst van de desbetreffende uitbreidingen, waaronder wetsficties. Juist waar het gaat om ficties moeten die, naar het de advocaat-generaal voorkomt, in principe restrictief worden toegepast. Overigens gelden weer de civielrechtelijke uitleg en toepassing. De advocaat-generaal is het daarom principieel oneens met de door de rechtbank gehanteerde meer economisch georiënteerde benadering. Volgens de advocaat-generaal slagen de cassatiemiddelen alledrie. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbenden gegrond dient te worden verklaard.
De advocaat-generaal volgt het standpunt dat de ik-oma-making in casu een legaat is, waardoor de kleinkinderen meteen vanaf het overlijden van hun oma materieel een bestaand eigen vorderingsrecht op hun tante hebben verkregen. Hij geeft aan dat het legaat door oma, als eenzijdige rechtshandeling bij testament, is toegekend ten gunste van de kleinkinderen. De aanvaarding door tante van haar erfenis, is volgens de advocaat-generaal daarbij niet relevant. De interessante vraag is nu of de Hoge Raad zal kiezen voor de materiële benadering van de rechtbank of voor het meer principiële standpunt van de advocaat-generaal.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels onderstaande link het complete artikel raadplegen: artikel NTFR 2019/2001.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin