Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Door amendement vrijstelling erfbelasting over de aanspraak over 2013-2017 op kindgebonden budget (NTFR 2019/2422)

LinkedIn
08-10-2019 | Categorie: Literatuur

Redactie NTFR

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel Verhoging van de inkomensgrens van het kindgebonden budget voor paren het amendement aangenomen voor een vrijstelling van de erfbelasting voor aanspraken op een kindgebonden budget over de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017. Daarbij moet er sprake zijn van aanspraken waar wel recht op is, maar die nog niet zijn uitbetaald. De wetsbepaling werkt terug tot en met 1 januari 2013 en geldt uitsluitend voor erfgenamen die vóór 1 september 2019 aangifte erfbelasting hebben gedaan. Volgens de indieners Omtzigt en Lodders wordt met dit amendement een onbedoeld onderscheid voorkomen. Voor het kindgebonden budget geldt dat de Belastingdienst dit aan één persoon betaalt. Het is dus altijd een van de toeslagpartners die aanspraak maakt op het kindgebonden budget. Wanneer die partner overlijdt, kan over de aanspraak op de toeslag erfbelasting zijn verschuldigd. Maar wanneer het noodlot toeslaat bij de partner die juist niet is aangewezen als de persoon die het kindgebonden budget krijgt, is daarover geen erfbelasting verschuldigd.
Dit amendement is ingegeven vanuit het sentiment dat de overheid haar verantwoordelijkheid moet nemen wanneer zij fouten maakt. Duidelijk is dat dit amendement beoogt de ouders niet in een meer nadelige positie te brengen in vergelijking met de situatie dat de aanspraken van het begin af aan wel juist en op tijd waren uitbetaald. Dan immers was het geld wellicht allang uitgegeven aan nieuwe kleding en eten voor de kinderen, zodat hierover geen erfbelasting verschuldigd zou zijn. In dat licht is het amendement sympathiek. Alhoewel het amendement een onbedoeld effect in partnersituaties wil herstellen, is de voorgestelde regeling ook van toepassing wanneer er helemaal geen partner in beeld is en er maar één ouder is die aanspraak kan maken op het kindgebonden budget.
Vanuit de erfbelasting bezien is er naar de mening van de auteur geen sprake van een onbedoeld effect. Daar komt nog bij dat deze wet in de praktijk vreemd kan uitpakken: wanneer de aanspraken wel juist uitbetaald zijn, zal de vrijstelling immers geen toepassing vinden. Daarbij verdient dit amendement niet de schoonheidsprijs, een vrijstelling van erfbelasting in een socialezekerheidswet is een unicum. Bij dit amendement kunnen ook formele kanttekeningen geplaatst worden, nu wordt voorgesteld deze vrijstelling met terugwerkende kracht in werking te laten treden tot en met 1 januari 2013. Zo komt de vraag op of opgelegde aanslagen die inmiddels onherroepelijk vaststaan, opengebroken moeten worden en zo ja hoe. Op grond van art. 65 AWR kan een onjuiste belastingaanslag door de inspecteur ambtshalve worden verminderd. Deze termijn voor ambtshalve vermindering vervalt vijf jaar na het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap. Voor nalatenschappen die zijn opengevallen in het jaar 2013 en een deel van het jaar van 2014 is dit dus een gepasseerd station. Ten slotte een opmerking inzake de eis dat vóór 1 september 2019 aangifte erfbelasting is gedaan. Voor de betreffende overlijdens zal ruim vóór 1 september 2019 aangifte erfbelasting moeten zijn gedaan. Degenen die niet aan de aangifteverplichting heeft voldaan valt buiten de vrijstelling. Maar niet uit te sluiten valt dat er nog een uitstel van indiening van de aangifte erfbelasting kan lopen, al dan niet vanwege het gedoe over een aanspraak op kindgebonden budget. Daarvoor zou de vrijstelling toch ook moeten gelden?
De vraag is voorts in hoeveel gevallen deze vrijstelling daadwerkelijk zal leiden tot minder verschuldigde erfbelasting. Er moet sprake zijn van een combinatie van factoren wil deze vrijstelling effect sorteren, namelijk:

  • Er is recht op kindgebonden budget. In het geval er twee partners zijn, betekent dit dat het gezamenlijke box-3 vermogen van de partners niet hoger mag zijn dan € 132.752.
  • Het kindgebonden budget is nog niet uitbetaald, waardoor er nog aanspraken op kindgebonden budget zijn.
  • De partner die deze aanspraken heeft, is overleden.
  • Er is vóór 1 september 2019 aangifte van deze nalatenschap gedaan.
  • De nalatenschap van deze partner heeft een dusdanige omvang dat boven de grenzen van de erfbelastingvrijstellingen verkregen wordt.

Dit is geen onmogelijke combinatie, maar zal in de praktijk niet veel voorkomen.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels onderstaande link het complete artikel raadplegen: artikel NTFR 2019/2422.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin