Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Over afstand van recht in de Successiewet 1956 (WPNR 2019/7257)

LinkedIn
05-11-2019 | Categorie: Literatuur

Mr. J.B. Vegter

Voor de praktijk is het van belang stil te staan bij het begrip afstand van recht in de Successiewet 1956 en zodoende dit begrip af te bakenen met het oog op de fiscale gevolgen bij met name een schenking of making over de hand van het overschot. Aanleiding is het artikel van Burgerhart en Brinkman in WPNR 2019/7239.
Na een weergave van de relevante wetsbepalingen van de Successiewet 1956 (art. 30 SW, art. 31 SW en art. 45 lid 3 SW) volgt een beschouwing over de voorwaardelijke making of schenking over de hand van het overschot. Daarbij treden twee (of meer) successievelijk geroepen personen op, de bezwaarde wiens recht onderworpen is aan een ontbindende voorwaarde en een verwachter wiens (door de voorwaarde opgeschorte) recht onvoorwaardelijk wordt als hij nog in leven is op het moment dat het recht van de bezwaarde eindigt. In de praktijk wordt met grote regelmaat beschikt dat de bezwaarde bij uiterste wil of gift over de bezwaarde goederen beschikken mag. Soms wordt hierop een beperking aangebracht in die zin dat een beschikking uitsluitend ten gunste van de eigen afstammelingen van de bezwaarde mogelijk is of uitsluitend ten gunste van andere personen die op grond van de making of schenking over de hand verwachter (kunnen) zijn.
Daarna wordt het begrip afstand van recht zoals dat in de Successiewet 1956 wordt gebruikt geanalyseerd. Uitgangspunt is, dat belastingheffing plaatsvindt op basis van de civielrechtelijke werkelijkheid tenzij de wetgever, bijvoorbeeld door de fictiebepalingen of anderszins, anders heeft bepaald. Omdat de wetgever bij afstand van recht niet uitdrukkelijk van de civielrechtelijke betekenis is afgeweken, is van belang te bezien welke betekenis in civielrechtelijke zin toekomt aan het begrip afstand van recht. Uit de aard der zaak kan degene die afstand doet niet van meer rechten afstand doen dan hem toekomen. Toegespitst op een making over de hand, impliceert een afstand van recht door de bezwaarde een overdracht van zijn recht onder ontbindende voorwaarde aan de verwachter. Omdat de verwachter de rechtspositie van de bezwaarde “er bij krijgt”, wordt het recht van de verwachter onvoorwaardelijk. Van belang is te constateren dat de schenking of making over de hand na de afstand in stand blijft. Op die gedachte is ook art. 45 lid 3 SW gebaseerd. Genoemd lid 3 vestigt geen belastingplicht maar heeft uitsluitend betrekking op de verplichting tot het doen van aangifte erfbelasting.
Art. 31 SW werd ingevoerd omdat de wetgever was gebleken dat bezwaarden aan wie de bevoegdheid tot schenking toekwam, de bezwaarde goederen schonken aan naaste familieleden van de verwachter om zodoende het tarief te vermijden dat op een overgang van insteller op verwachter van toepassing was. In art. 31 SW wordt door de wetgever een ruimer begrip afstand van recht gebezigd dan in de andere hiervoor geciteerde wetsartikelen. Bij toepassing van art. 31 SW draagt de bezwaarde immers de onvoorwaardelijke eigendom over aan één van de in het artikel genoemde personen.
Voorts wordt besproken dat voor de fiscale rechtstoepassing afstand van recht onderscheiden moet worden van de overdracht of overgang van het onvoorwaardelijk recht op grond van een door schenker of erflater aan de bezwaarde verleende bevoegdheid tot schenking of testeren. Als een bezwaarde, op grond van een hem daartoe door de insteller verleende bevoegdheid, bij wijze van gift of uiterste wil over goederen beschikt die tot het voorwaardelijk verband behoren, beschikt de bezwaarde over het onvoorwaardelijke recht. Na het effectief worden van de beschikking is de making of schenking over de hand niet meer van toepassing. Omdat de schenker of erflater zelf de voorwaarden heeft vastgesteld waaronder de schenking of making over de hand van toepassing is, treedt belastingheffing op naar het tarief dat tussen de bezwaarde en de verkrijger van toepassing is.
Vervolgens wordt stilgestaan bij de fiscale gevolgen van een afstand van recht door de verwachter (art. 30 lid 3 SW). Doet een verwachter afstand van recht en vererven daardoor de goederen vrij van het voorwaardelijk verband in de nalatenschap van de bezwaarde, dan vindt art. 30 lid 3 SW toepassing en wordt de verkrijging door de erfgenamen van de bezwaarde belast tegen het tarief dat van toepassing geweest zou zijn tussen insteller en verwachter. Dit is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever en daartoe dient bij het einde van het recht van de bezwaarde te worden bezien welke goederen bij het einde van zijn recht object zouden zijn geweest van de schenking of making over de hand als deze ten tijde van het einde van het recht van de bezwaarde nog van kracht zou zijn geweest.
Bij de toepassing van de Successiewet 1956 is volgens de auteur, in tegenstelling tot Burgerhart en Brinkman, voor een van het civiele recht afwijkend begrip afstand van recht maar in zeer bescheiden mate plaats. Alleen in art. 31 SW hanteert de wetgever een ruim begrip afstand van recht. Art. 31 SW is een misbruikartikel en dient dus strikt geïnterpreteerd te worden.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels onderstaande link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2019/7257.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin