Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1793
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1810

Grensoverschrijdende insolvente nalatenschappen in het licht van de Erfrecht- en Insolventieverordening (WPNR 2020/7294)

LinkedIn
15-12-2020 | Categorie: Literatuur

Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans en M.R. Schreurs

In dit artikel wordt ingegaan op de vereffening van grensoverschrijdende insolvente nalatenschappen binnen de Europese Unie, en in het bijzonder op de samenloop van twee toepasselijke Europese verordeningen. Dat zijn de herziene Insolventieverordening 2015/848 (IVO) en de Erfrechtverordening 650/2012 (ErfVo). De verhouding tussen beide verordeningen wordt geregeld door art. 76 ErfVo, dat bepaalt dat de ErfVo de toepassing van de IVO onverlet laat. Aan de samenloop tussen beide verordeningen is in de literatuur tot voor kort relatief weinig aandacht besteed. Naar Nederlands recht wordt een nalatenschap sinds de invoering van Boek 4 BW niet (meer) failliet verklaard zoals bedoeld in de Faillissementswet. In plaats daarvan wordt een insolvente nalatenschap vereffend overeenkomstig de regels van afd. 4.6.3 BW inzake de ‘Vereffening van de nalatenschap’. De verhouding tussen de ErfVo en de IVO verdient om twee redenen aandacht. Ten eerste wordt de afwikkeling van een grensoverschrijdende insolvente nalatenschap in de meeste Europese lidstaten beheerst door beide verordeningen. Ten tweede verdient de verhouding tussen de ErfVo en de IVO aandacht, omdat Nederland wat betreft de toepasselijkheid van de IVO op grensoverschrijdende insolvente nalatenschappen een afwijkende positie binnen de Europese Unie inneemt.
Omdat een nalatenschap sinds 1 januari 2003 niet failliet wordt verklaard, maar wordt vereffend overeenkomstig de regeling van afd. 4.6.3 BW én de vereffening van nalatenschappen niet is opgenomen in Bijlage A IVO, is de IVO niet van toepassing op de vereffening van nalatenschappen. Uit een vergelijking tussen de IVO en de ErfVo blijkt dat tussen beide verordeningen enkele belangrijke verschillen bestaan, niet alleen wat betreft toepasselijk recht en bevoegde rechter, maar ook wat betreft het voorhanden zijnde instrumentarium. Gelet op de verschillen die tussen beide verordeningen bestaan, betogen de auteurs dat de zware vereffeningsprocedure in Bijlage A van de IVO dient te worden opgenomen. Niet alleen wordt hierdoor een omissie hersteld die ten tijde van de invoering van Boek 4 BW is ontstaan, maar ook eindigt hierdoor de situatie dat Nederland uit de pas loopt met andere lidstaten en wordt recht gedaan aan de door de Europese wetgever met de IVO en de ErfVo beoogde harmonisatie. Op inhoudelijke en praktische gronden wordt hierdoor een beter resultaat bereikt: aan de vereffenaar staat een beter instrumentarium ten dienste. Forum shopping en onnodige procedurele complicaties worden voorkomen. Gelet op de vereisten die de IVO stelt aan insolventieprocedures komt de zware vereffeningsprocedure met een benoemde vereffenaar in aanmerking voor opname in Bijlage A van de IVO en dient de lichte vereffeningsprocedure (na beneficiaire aanvaarding) daarbuiten te worden gehouden.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2020/7294.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin