Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1793
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1810

Actualiteiten bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Deel 2: de bezitseis (WPNR 2021/7341)

LinkedIn
31-10-2021 | Categorie: Literatuur

Mr. dr. M.J. Hoogeveen en mr. M.L. Neve

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten houden de gemoederen flink bezig. Zowel in het dagelijkse werk van de beroepsbeoefenaar, in de literatuur als in de rechtspraak komen de faciliteiten veelvuldig aan bod. In 2018 verscheen ook een nieuw verzamelbesluit over het aanmerkelijk belang, waarin op diverse plaatsen aandacht wordt besteed aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Ook heeft de staatssecretaris in 2018 een antwoord gepubliceerd op een Wob-verzoek over de uitvoeringspraktijk bij de Belastingdienst met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting. Alle reden voor een analyse en evaluatie van een stand van zaken. Hierbij zullen de auteurs met name de aspecten rondom de objectieve onderneming aan de orde stellen. Zij onderzoeken of de jurisprudentie en de standpunten van de Belastingdienst passen binnen de wet en in overeenstemming zijn met doel en strekking van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. In dit tweede deel staat de bezitseis centraal. Deze eis geldt alleen voor de BOR en niet voor de doorschuifregelingen in de Wet IB 2001.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de bezitseis per - toegerekende - objectieve onderneming moet worden aangelegd en dat voor een uitbreiding van deze - toegerekende - objectieve onderneming als gevolg van een activa/passiva transactie dus niet leidt tot een nieuwe bezitstermijn. Hetzelfde geldt als een holding - na toerekening - al een onderneming drijft en een werk maatschappij koopt met daarin een onderneming die na toerekening opgaat in de bestaande objectieve onderneming. Onzeker is of wél een nieuwe bezitstermijn aanvangt voor zover de subjectieve gerechtigdheid tot de objectieve onderneming wordt uitgebreid en als gevolg daarvan de objectieve onderneming van de schenker of erflater. De Belastingdienst stelt zich op dat standpunt. Op dit moment loopt er een procedure bij Hof ’s-Hertogenbosch inzake de uitbreiding van de subjectieve gerechtigdheid als gevolg van een ruziesplitsing.
Een wijziging van de regelgeving omtrent herstructureringen in de bezitsperiode zou naar de mening van de auteurs in ieder geval moeten plaatsvinden. Of de (toekomstige) schenker of erflater afrekent of niet zou irrelevant moeten zijn voor de toepassing van de BOR. Ook zou de voorperiode van een bv mee moeten tellen voor de bepaling of is voldaan aan de vereiste bezitsperiode.

Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2021/7341.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin