Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1793
01-12-2022 - HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1810

Opheffing van het testamentair bewind in de rechtspraak (KWEP 2022/10)

LinkedIn
01-07-2022 | Categorie: Literatuur

Prof. dr. A.E. de Leeuw

Bij het laten overgaan van vermogen op de volgende generatie krachtens erfrecht of schenking kan om verschillende redenen de wens bestaan om de zeggenschap over dit vermogen in meer of mindere mate in handen te leggen van een ander dan de beoogde verkrijger van het economische belang (de rechthebbende). Een van de wijzen waarop dit bewerkstelligd kan worden is door middel van een testamentair bewind. Het testamentair bewind scoort niet goed in termen van duurzaamheid van de rechtsfiguur, dat wil zeggen het gedurende langere tijd kunnen voortbestaan hiervan, onafhankelijk van de wensen van de rechthebbende. Deze conclusie is (mede) gebaseerd op de mogelijkheid voor de rechthebbende om, zodra vijf jaar verstreken zijn na het overlijden van de erflater, de rechter te verzoeken om opheffing van het bewind op grond van art. 4:178 lid 2 BW. Tegenover deze conclusie staat de vraag in hoeverre deze mogelijkheid tot opheffing van het testamentair bewind in de praktijk daadwerkelijk in de weg staat aan het langdurig bestaan hiervan, oftewel hoe vaak het bewind in concreto door de rechter wordt opgeheven op verzoek van de belanghebbende.
Testamentair bewind is een flexibele rechtsfiguur, waarmee de beoogde bescherming van het vermogen dat verkregen wordt door de rechthebbende op verschillende wijzen en naar inzicht van de insteller vorm kan worden gegeven. Een belangrijke beperking is echter de regeling van art. 4:178 lid 2 BW, welke bepaling onder meer de mogelijkheid voor de rechthebbende creëert om, nadat vijf jaar na het overlijden van de insteller verstreken zijn, de rechtbank te verzoeken om opheffing van het bewind. Analyse van de op dit punt inmiddels gepubliceerde uitspraken brengt de auteur tot de conclusie dat de mogelijkheid van opheffing op deze basis reëel is, hetgeen ook als passend binnen de regeling van het bewind als bescherming voor de rechthebbende beschouwd kan worden.
Dit betekent evenwel dat voor de insteller, die een grote(re) mate van zekerheid wil hebben dat het door hem over het door de rechthebbende verkregen vermogen ingestelde beheer gedurende een langere periode en wellicht ook in weerwil van de wensen van die rechthebbende standhoudt, vermoedelijk aan het testamentair bewind te grote risico’s voor ‘voortijdige’ opheffing kleven. In dat geval komt certificering van het vermogen, eventueel in combinatie met een testamentair bewind naar de mening van de auteur toch meer aan die wens tegemoet.

Wanneer u een abonnement heeft op KWEP via Kluwer Navigator, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel KWEP 2022/10.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin