Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Niet-opeisbare vordering (VFP 2021/57)

LinkedIn
01-07-2021 | Categorie: Literatuur

Mr. E. Loendersloot

Aanleiding is de vaak gehoorde vraag van de langstlevende ouder of hij een niet-opeisbare vordering voor zover die ontstaat door overlijden, toch al zonder fiscale consequenties kan uitbetalen aan de kinderen. Bijvoorbeeld omdat de langstlevende over voldoende vrij besteedbaar vermogen beschikt na verkoop van zijn woning of omdat langdurige opname in een zorginstelling dreigt. In het laatste geval zijn cliënten bang dat zij moeten interen op hun vermogen vanwege de hoge eigen bijdrage.
Vanwege de geldende regels inzake de defiscalisering van de niet-opeisbare vorderingen van de kinderen, mogen deze schulden niet in mindering gebracht worden op het box 3-vermogen van de langstlevende. Sinds 1 januari 2012 gelden deze regels in vrijwel alle gevallen waarin de verdeling van de nalatenschap materieel lijkt op de langstlevende-regeling uit Boek 4 BW (de wettelijke verdeling). Uitbreiding in een testament van de situaties waarin de vorderingen van de kinderen opeisbaar worden, is daarom het eerste advies om de angst van cliënten het hoofd te bieden. De defiscalisering van de vorderingen van de kindsdelen vervalt als zich een (wettelijke of testamentaire) opeisingsgrond voordoet. Tot dat moment is de defiscalisering van rechtswege van toepassing. Wordt een vordering afgelost terwijl deze (nog) niet opeisbaar is, dan kan een forse heffing van schenkbelasting volgen. Dit kan alleen vermeden worden door niet meer dan de contante waarde van de vordering (en eventuele rente) uit te betalen. Omdat de meningen verdeeld zijn over de wijze waarop deze contante waarde moet worden berekend, is het niet makkelijk om die eenduidig te bepalen.
Het advies is dan ook om overleg te voeren met de Belastingdienst voordat uitbetaling plaatsvindt. Is dat niet mogelijk of gewenst, dan is gebruik van een glijclausule bijna een conditio sine qua non. Daarbij dient de door cliënten en hun adviseurs gebruikte berekeningsmethodiek goed onderbouwd te zijn.
Tot slot: wordt in een ouder testament verwezen naar de Wet op de bejaardenoorden, dan blijft de defiscalisering in stand als de langstlevende opgenomen wordt in een zorginstelling voor intramurale zorg. De Wet op de bejaardenoorden is al vele jaren geleden afgeschaft en de huidige Wet langdurige zorg kan niet gezien worden als vervanging daarvan.

Wanneer u een abonnement heeft op VFP via Kluwer Navigator, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel VFP 2021/57.

Naar literatuur overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin