Estate Planning Expert
 

ACTUEEL
23-11-2022 - Conclusie A-G IJzerman 6 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:903
23-11-2022 - Hof Amsterdam 15 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3218

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:5893

LinkedIn
26-07-2022 | Categorie: Jurisprudentie

Onzakelijk lening van bv vader aan bv zoon is schenking

A bv leent in 2007 € 166.670 aan B bv tegen 6% rente. De aandelen B bv zijn in handen van belanghebbende, de zoon van de aandeelhouder van A bv. Op 2 januari 2008 worden de leningen uitgebreid. De schuld wordt in 2014 kwijtgescholden. Belanghebbende en de Belastingdienst hebben op 8 november 2017 een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten omtrent de fiscale gevolgen van de leningen en de kwijtschelding daarvan. In de VSO stelt de Belastingdienst dat het verstrekken van deze onzakelijke lening een schenking in de zin van art. 1 lid 7 SW is van de vader van belanghebbende aan hem waarvan het heffingsmoment primair in het jaar van verstrekken (2007) ligt, subsidiair in het jaar van kwijtschelding (2014). In de VSO komen belanghebbende en de Belastingdienst overeen om de vraag of sprake is van een schenking en zo ja, wanneer, voor te leggen aan de rechter. Zij spreken af dat de Belastingdienst twee aanslagen schenkbelasting zal opleggen, waartegen belanghebbende bezwaar zal aantekenen. Helaas maakt belanghebbende te laat bezwaar tegen de aanslag schenkbelasting 2007. Dat betekent dat deze aanslag definitief is geworden en dat de rechter zich uiteindelijk alleen over standpunten bij de gestelde schenking in 2014 moet uitlaten.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat sprake is van een schenking. Er is namelijk een rente van 6% afgesproken en het staat vast dat sprake is van een onzakelijke lening. Het hof wijst daarbij op het arrest van de Hoge Raad van 20 mei 1981 (BNB 1981/198). Voor de schenking voor het jaar 2007 geldt dat de rechtbank ten onrechte de ontvankelijkheid van het bezwaar ambtshalve heeft beoordeeld. Het hof verklaart het beroep van belanghebbende vervolgens ongegrond. Voor de schenking voor het jaar 2014 geldt dat deze, op grond van het civiele recht, reeds in 2008 heeft plaatsgevonden. Het hof merkt hierbij ook nog op dat geen sprake is van een opschortende voorwaarde. De inspecteur maakt namelijk niet aannemelijk dat partijen (impliciet) hebben afgesproken dat de lening uit 2008 zou worden kwijtgescholden. Daarbij is van belang dat de kwijtschelding bijna zeven jaar na het verstrekken van de lening heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft de aanslag 2014 dan ook terecht vernietigd.

Meer informatie:

Naar jurisprudentie overzicht


Naar boven

Gebruiksvriendelijke Modellen Testamenten
Altijd up-to-date en inclusief een uitgebreide en heldere toelichting voor de testateur

Wilt u beter adviseren over estate planning?
Meld u dan vandaag nog aan voor de opleiding Estate Planning Specialist

Kent u onze Estate Planning Tools al?
De meest geavanceerde reken- en datatoepassingen op de Nederlandse markt

Driedaagse Leergang Levenstestament
Uitgebreide leergang waarin alle relevante deelonderwerpen aan bod komen

Modellen Huwelijkse Voorwaarden
Nu inclusief een uitgebreid model mét toelichting voor ongehuwde samenwoners

Twitter Linkedin